Tennis in de genen?

V.l.n.r. Freek, Tine en Ben van Donselaar

Goed voorbeeld doet goed volgen. Het lijkt in ieder geval vaak te gelden voor de tennissport, waar veel op hoog niveau tennissende broers en zussen te vinden zijn. En waar ouders regelmatig hun tennistalent lijken door te geven aan hun kroost. Voor de Stichtse Courant ging ik in gesprek met twee Driebergse tennisgezinnen.

In het Tenniscenter Heuvelrug in Doorn is de vermeende crisis in het Nederlandse tennis vanmiddag ver weg. Op baan 1 staat een talentje in opperste concentratie haar service te trainen; op de baan ernaast vuurt oud-Davis Cup coach Tjerk Bogtstra in hoog tempo ballen op een van zijn andere pupillen af. De 14-jarige Freek en twee jaar jongere Ben van Donselaar zijn hier al een paar jaar kind aan huis. Freek is nummer 2 van Nederland in zijn leeftijd, Ben bevindt zich in de top 30.

Hun passie voor tennis hebben ze niet van een vreemde: moeder Tine behoorde in haar jeugd ook tot de top van Nederland en bracht later als tennistrainster vele uren op de baan door. Maar dat zij haar jongens heeft aangestoken, vindt ze twijfelachtig. “Hun oudere zussen hebben daar veel meer invloed op gehad. Die speelden fanatiek op Manger Cats waardoor het logisch was dat Freek, en later ook Ben, daar op hun vierde al hun eerste ballen sloegen.”

Tennisvirus

Tennis had nog niet direct de hoogste prioriteit voor de Van Donselaars. Er moest gezwommen worden (“A, B, én C”, roepen Freek en Ben in koor) en de jongens gingen bij FC Driebergen voetballen. Maar op een gegeven moment nam het tennisvirus ze volledig in zijn greep en besloten ze beide om voor een tenniscarrière gaan. Ben: “Het is écht niet dat ik van voetbal ben afgegaan omdat ik het stom vond of zo. Ik heb er gewoon geen tijd voor.” Hun moeder vindt het soms lastig. “Wat is wijsheid? Tennis zit een brede ontwikkeling van mijn jongens in de weg, denk ik dan wel eens. Wat onthoud ik mijn kinderen allemaal niet? Ben is bijvoorbeeld creatief en kan ook heel goed schaken. Maar hij kiest ervoor om te tennissen.”

Ben traint (tennis en conditie) inmiddels zo’n 13 uur per week; Freek, die ook nog twee keer in de week met de nationale selectie in Almere traint, wat uurtjes meer. En dan komen daar de competities en wedstrijden ook nog bij. Een vol programma dus. Omdat er maar 24 uur in een dag gaan, volgen de jongens een aangepast schoolprogramma voor sporttalenten op het Comenius College in Hilversum. Freek zit in havo 3, Ben in het eerste van het gymnasium. “We gaan met het openbaar vervoer”, legt de blonde Ben uit. Niet alleen naast de baan verschilt hij van zijn oudere broer, ook op de baan hebben de jongens elk hun eigen kracht. Freek is conditioneel en mentaal ijzersterk terwijl Ben het meer van zijn techniek moet hebben. Voor Tine is het duidelijk dat haar zoons zeker niet alleen het talent van hun moeder hebben. “Freek heeft juist veel van zijn vader meegekregen. Die is van huis uit helemaal geen tennisser maar is wel fysiek sterk, hij heeft vroeger aan turnen gedaan. Maar daarnaast is hij berefanatiek, als het aan hem ligt gaan op vakantie ook nog de rackets mee. Toptennis zit hem in zoveel andere dingen dan een goede bal kunnen slaan. Je hebt veel discipline nodig: op tijd naar bed, op je voeding letten, je lichamelijk en geestelijk goed voorbereiden. En je moet hard willen werken en zweten. Dat hebben we allebei wel ja.”

Wegwijzers

Want de weg naar de tennistop zit vol hobbels en is amper bewegwijzerd. Tjerk Bogtstra vergeleek in zijn boek ‘Wie durft?’ de tenniswereld niet voor niks met een jungle. “Bij voetbal word je gescout. Wanneer je opvalt kom je bij een club terecht en dan is het allemaal aardig geregeld. Bij tennis werkt dat helaas niet zo”, licht Tine toe. Ze noemt het voorbeeld van Freek die op de Europese juniorentour het afgelopen seizoen een flink pak punten wist te winnen maar in het wereldcircuit gewoon weer op nul moest beginnen. “Maar ook daar zijn de eerste punten al binnen”, vertelt Freek.

Freek zit inmiddels regelmatig met het Nederlandse team in het buitenland. Zijn moeder is daar niet bij, er gaat begeleiding vanuit de bond mee. “Freek moet het uiteindelijk zelf gaan doen”, weet ze. Maar ze blijft nog druk genoeg met het uitzoeken van geschikte toernooien en sponsoring. “Het tennis laat ik inmiddels aan de trainers over, ik let vooral op hun werkhouding en gedrag op de baan. Daar ben ik behoorlijk kritisch op, hoor ik altijd. Wat wil je, het is een dure sport en we besteden er veel tijd aan. Vanuit onze christelijke visie is het leven een geschenk, daar moet je zo goed mogelijk mee om gaan.”

Ben vertelt dat hij ook al in het buitenland een toernooi heeft gespeeld. Daar was zijn moeder wél weer bij. Tine: “Ach, Ben wilde vorig jaar zo graag aan een toernooi in Tjechië meedoen. Toen ben ik met hem er naar toe gereden. Acht uur heen met de auto. En ook acht uur terug. Ik probeer de jongens dat te geven, wat hun helpt in hun ontwikkeling. Voor Ben was dat een zeer waardevolle week.”

Passie 

Het is een opoffering die een tennismoeder graag voor haar zoons over heeft. “Hun geld verdienen met tennis gaat waarschijnlijk niet lukken, dat weten zij ook. Maar wat ze nu meemaken is sowieso al heel bijzonder en goed voor hun ontwikkeling. Freek was altijd introvert, dat is behoorlijk veranderd sinds hij de halve wereld over vliegt. Ik geloof in topsport, of beter gezegd in een passie of dat nu sport of muziek is, want het stimuleert je om het maximale uit jezelf te halen. Het vormt je dusdanig zodat je je hele leven er wat aan hebt. Vind ik wel handig in de huidige maatschappij met allerlei verleidingen die kunnen afstompen.”

V.l.n.r. Isis, Vivian en Eniek van den BroekHoe anders klinkt het verhaal van het andere tennisgezin, dat van de familie van den Broek. Want bij de dochters Eniek (15 jaar) en Isis (11 jaar) lijkt de logica om voor toptennis te gaan wel heel ver te zoeken. Moeder Vivian heeft in ieder geval nog nooit een bal geslagen, vertelt ze. En haar man, die voetbalde wel in zijn jeugd maar was ook geen tennisser. Sport deed er amper toe in hun jeugd. “In het gezin was sport eigenlijk niet belangrijk, daar zijn we allebei amper mee opgegroeid.”

Een ondergeschikte rol voor sport is in het huidige gezin met twee dochters die in de top van het Nederlandse jeugdtennis bivakkeren niet meer voor te stellen. Eniek eindigde het afgelopen seizoen als nummer 8 bij haar leeftijdscategorie, Isis voerde zelfs de ranglijst aan. Bovendien werd ze Nederlands kampioen binnen én buiten. Welgeteld één wedstrijd verloor ze. Het heeft weinig impact gemaakt want ze weet niet eens meer waar het was. “Het was een lang stuk in de auto. Zo lang, dat we maar gingen kaarten.”

Gepuzzel

Spelletjes doen op een tennispark, daar groeiden Isis en ook Eniek van jongs af aan mee op. Het was hun oudste zus (Eniek is nummer twee en Isis de jongste van vier meiden) die als eerste op tennis ging. Het was een heel gepuzzel voor hun moeder. “Trainen op Manger Cats, dat was nog simpel. Dat was om de hoek. Maar voor toernooien en competities moest je buiten de deur zijn. Mijn man was meestal aan het werk, dus nam ik de hele bups dan maar mee. Omdat je nooit precies wist wanneer de wedstrijd begon en hoe lang die zou duren, gingen we spelletjes doen. Andere ouders vroegen dan bezorgd of ik niet naar mijn kind moest kijken. Nou, nee dus. Bovendien, wat kon ik aan haar tennis veranderen?”

Nog steeds is het voor het gezin puzzelen geblazen in het soms zo ondoorzichtige tenniswereldje. “Isis is uitgenodigd om één keer per week mee met de bond in Almere mee te trainen. Fijn natuurlijk, maar ik krijg dat logistiek nu niet rond. Als nummer 1 van Nederland mag ze de komende jaren  ook aan buitenlandse toernooien meedoen maar dat kan alleen als ze wél in Almere gaat trainen. Het wordt een mooie uitdaging voor ons om dat te regelen. Eniek doet aan de toernooien van de Europese juniorentour in Nederland mee. Die zijn meestal ook niet om de hoek. Maar daar moet je je dan de avond van te voren ter plekke voor inschrijven. Anderhalf uur heen, inschrijven, en weer anderhalf uur terug. En de volgende dag rij je er weer naar toe omdat het toernooi dan begint. Ja, je kunt in een hotel gaan zitten maar daar moet je ook maar zin in hebben.”

Groei

Dat hun moeder geen tennisachtergrond heeft, vinden Eniek en Isis af en toe nog wel lastig. “Vooral als er geen trainer op een toernooi rondloopt, dan is een tennissende moeder handig bij de voorbereiding of als coach.” Maar ze zijn er inmiddels wel aan gewend. “Het leert je om zelf na te denken bij elke beslissing die je neemt. Dat is eigenlijk ook wel goed want uiteindelijk moet je het toch zelf doen.” Vivian knikt: “Natuurlijk leer ik steeds meer over tennis maar hun groei gaat zoveel sneller dan die van mij, dat haal ik nooit meer in. En de vraag is of je het wel wil. Want de emotionele lijn tussen jezelf en je kind zit het coachen enorm in de weg. Wanneer je ouders observeert langs de kant van de baan, dan zie je dat elke ouder zichzelf zo tegenkomt bij een spannende wedstrijd. Iedereen wil toch graag dat zijn kind wint. Als je dan als ouder je teleurstelling bij een foutgeslagen bal projecteert op je kind, dan werkt dat alleen maar averechts.”

Vechtlust

Het tennistalent lijkt dus niet direct van hun ouders te komen, maar waar dan wel van? De vraag lijkt niet eenvoudig te beantwoorden. Eniek en Isis benoemen allebei hun mentaliteit en vechtlust als pluspunten in hun tennisspel. Die eigenschappen herkent hun moeder ook wel bij zichzelf. “Misschien is er toch een glansrijke sportcarrière aan me voorbij gegaan”, zegt ze met een lach. “Veel ouders die ik nu in het tenniscircuit tegenkom hadden in hun jeugd zelf een hoog sportniveau. Niet alleen als tennisser trouwens, dat kan ook in het wielrennen of kickboksen zijn. En wat me heel erg opvalt is dat bij een aantal topspelertjes één van de ouders uit het buitenland komt. Roemenië, Rusland, die hoek. Wellicht is het de opvoeding, zijn ze minder bang om hun kinderen de grenzen te laten opzoeken. Het pamperen, waar Nederlandse ouders wel om bekend staan, dat kennen ze niet.”

Want zonder doorzettingsvermogen houdt een kind het lange traject in het jeugdtennis niet vol. Groep 8-er Isis traint 13 uur per week, Eniek (4 havo, OLZ) zit op bijna 16 uur tennis en conditietraining in de week. Elk jaar haken er weer een aantal concurrenten af maar aan stoppen denken de Van den Broek dochters nog lang niet. “Natuurlijk houden we in de gaten of ze nog met plezier op de baan staan. Zo lang dat goed gaat, houden wij ze niet tegen”, verduidelijkt haar moeder. Het is vijf uur, de meiden worden zichtbaar ongeduldig. “Sorry, maar kunnen we stoppen met het interview? De training gaat beginnen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *